Verkoopt u uitsluitend aan andere bedrijven, dan is de eerste vraag niet wie uw klant is, maar wat voor product u verkoopt. De GPSR (verordening (EU) 2023/988) is van toepassing op producten die bestemd zijn voor consumenten, of waarvan redelijkerwijs is te verwachten dat consumenten ze gaan gebruiken. Een puur zakelijke verkooprelatie sluit die tweede mogelijkheid niet automatisch uit.
Het gevolg: zuivere B2B-verkoop van een product dat naar aard en gebruik echt alleen in een professionele omgeving thuishoort, valt doorgaans buiten de reikwijdte van de GPSR. Verkoopt u daarentegen producten die ook, of zelfs vooral, bij consumenten terechtkomen — ook al gaat de factuur naar een bedrijf — dan kan de verordening wél relevant zijn. Het onderscheid zit in het product en het voorzienbare gebruik ervan, niet in de status van uw koper.
Waarom het bedrijfsmatige factuuradres niet de doorslag geeft
De verordening kijkt naar het eindgebruik dat redelijkerwijs te verwachten is, niet naar de juridische status van de partij die betaalt. Een leverancier van huishoudelijke apparatuur die uitsluitend aan groothandels verkoopt, levert uiteindelijk toch producten die in huishoudens belanden. Een installatiebedrijf dat onderdelen inkoopt bij een groothandel en ze vervolgens bij particulieren monteert, is op dat punt in de keten wél met consumentengebruik bezig, ook al is de eigen inkooprelatie zakelijk.
Omgekeerd geldt: gereedschap, machineonderdelen of grondstoffen die naar aard, ontwerp en markt uitsluitend voor professioneel gebruik zijn bedoeld en ook zo worden aangeboden, vallen doorgaans buiten het toepassingsgebied. Toezichthouders en de verordening zelf laten hier ruimte voor beoordeling per product; een pasklaar lijstje van wat wel en niet meetelt bestaat niet.
Wanneer het uw bedrijf wél raakt
Er zijn een paar situaties waarin B2B-bedrijven er in de praktijk toch mee te maken krijgen. Een groothandel die naast professionele klanten ook een webshop voor particulieren runt, heeft voor dat deel van het assortiment gewoon te maken met de verordening. Een installatiebedrijf dat producten onder eigen naam of merk bij eindgebruikers plaatst, kan daarmee als fabrikant gelden, ook als de eigen inkoop volledig B2B verloopt — dat is een ander grensgeval dat vaker voor verwarring zorgt dan mensen verwachten.
Ook een importeur die producten vanuit een derde land haalt en doorverkoopt aan Europese bedrijven die ze op hun beurt aan consumenten aanbieden, zit ergens in een keten waar de verordening wel degelijk speelt, ook al is de eigen verkoop zakelijk. De vraag is dan niet of de verordening geldt, maar welke rol u daarin vervult en welke verplichtingen daarbij horen.
Wanneer het uw bedrijf niet raakt
Ondernemingen die uitsluitend producten leveren die naar bestemming en ontwerp echt niet bij consumenten terechtkomen — denk aan specifieke industriële componenten, bouwmaterialen die alleen via gecertificeerde vakmensen worden verwerkt, of machineonderdelen met een duidelijk professioneel toepassingsgebied — vallen doorgaans buiten de GPSR. Voor dat soort producten gelden vaak andere, sectorspecifieke regels, die niet via deze verordening lopen.
Het is dus goed mogelijk dat uw bedrijf helemaal niets met de GPSR hoeft te doen, simpelweg omdat het assortiment niet binnen de reikwijdte valt. Dat is geen uitzondering om naar te zoeken, maar een uitkomst die uit de aard van het product zelf volgt.
Twijfelgevallen: gemengd assortiment
Veel bedrijven zitten er middenin: een deel van het assortiment is overduidelijk professioneel, een ander deel wordt ook door consumenten gekocht of gebruikt. In die gevallen loont het om per productlijn te kijken, in plaats van één oordeel te vellen over het hele bedrijf. Een webshop kan voor het ene product buiten de verordening vallen en voor het andere er middenin zitten, met bijbehorende rol als fabrikant, importeur of distributeur.
Om dat overzichtelijk te maken, helpt het om niet alleen te kijken naar de vraag of de GPSR geldt, maar ook naar welke rol daarbij hoort. Die twee vragen hangen nauw samen: de rol bepaalt namelijk welke concrete verplichtingen volgen, en niet elke rol brengt dezelfde lasten met zich mee. In de kennisbank met uitgewerkte situaties per branche staan meer voorbeelden van gemengde assortimenten en hoe daarnaar gekeken wordt.
Hoe u dit voor uw eigen assortiment nagaat
De meest praktische aanpak is het assortiment op te splitsen naar productgroep en per groep te beoordelen of consumentengebruik redelijkerwijs te verwachten is. Daarna volgt de vraag welke rol u per productgroep vervult — fabrikant, importeur, distributeur of zuivere doorverkoper — want die rol bepaalt wat er van u gevraagd wordt. Dat onderscheid is precies waar veel bedrijven vastlopen, omdat rol en reikwijdte twee losse vragen zijn die vaak door elkaar worden gehaald.
Wilt u dit voor uw eigen situatie scherp krijgen, dan is dat met een paar vragen te doen: in vijf vragen zien waar u staat geeft direct een indicatie of, en zo ja in welke rol, de verordening voor uw producten relevant is. Twijfelt u nog over de opzet van het systeem erachter, dan leest u op hoe de informatie op deze site is opgebouwd waar de antwoorden vandaan komen.
Voor een definitief oordeel over uw specifieke assortiment en verkoopstructuur blijft juridisch advies of overleg met de bevoegde toezichthouder de aangewezen route; deze pagina beschrijft de systematiek, niet uw individuele situatie.
Ben u er na dit artikel nog niet helemaal uit, doe dan de gratis rollencheck of blader door de meest gestelde vragen over de GPSR — beide kosten geen account en geven direct een concreet antwoord.